ECUADORIAN BLACK BELLIED BOA

BOA C. C. ”MELANOGASTER”

 

 

INLEIDING

Al jaren wilde ik Boa’s gaan houden, maar had moeite met de ruimte die ze in beslag nemen in mijn slangenkamer. Op deze ruimte kan je namelijk veel kleine en andere slangen houden. Na lang denken heb ik de knoop doorgehakt. Ik ga boa’s houden, maar met die voorwaarde dat het dan wel erg mooie dieren moeten zijn. Na veel zoeken in boeken en rondkijken op beurzen, was ik van mening dat mijn dieren ook raszuiver moeten zijn. Oké, je hebt allerlei kleurvarianten die ik ook mooi vind, maar ik heb liever natuurlijke kleur varianten waar wij als mensen niet aan hebben lopen klooien. Dan heb je dus twee problemen “mooi en raszuiver”. Raszuiver is bij veel boa’s een probleem. Raszuivere dieren zijn niet altijd voor handen. Veel eigenaren weten niet of hun dieren raszuiver zijn. Of je treft liefhebbers die zeggen van wel, maar als je door vraagt, weet men niet wat/waar de ouders zijn of waar ze vandaan komen qua land van herkomst of de vorige eigenaar. Zo heb ik menig kruising van constrictor met imperator in handen gehad of getwijfeld wat voor soort het was. Ook zijn mij veel imperators aangeboden als constrictor constrictor en andersom. Men weet soms echt niet wat men heeft, toegegeven het is ook niet altijd eenvoudig te zien of te herkennen. Raszuivere dieren heb ik ook gezien, maar ik vond ze niet altijd mooie genoeg. Verder zoeken dus, mijn voorkeur lag bij: occidentalis, nebulosa, amarali en melanogaster. Deze soorten zijn niet makkelijk verkrijgbaar, ik heb het me dus niet makkelijk gemaakt met mijn voorkeur. Eerst genoemde was soms verkrijgbaar, maar bij nader inzien niet helemaal wat ik zocht. Dan maar kijken of je een van de andere kunt vinden. Na lang zoeken kon ik “melanogaster” kopen. Je wordt gek als je dit soort voor de eerste keer ziet en je bent ook direct verk(n)ocht. Ze hebben gelijk; “het is een van de mooiste boa’s” Volwassen exemplaren zijn mooi donker met een prachtig mahonie rode staart, een iriserende huid als de regenboog en natuurlijk een zwarte buik met lichte vlekken. De Latijnse naam zegt het ook; melano = zwart en gaster = buik. Deze boa’s worden zelden gehouden, aangeboden en sporadisch gekweekt. Zeldzaam spul dus! De jonge dieren hebben een erg lichte kleur en lijken nog niet op de donkere volwassen exemplaren, maar ze hebben een prachtige tekening en een schitterende rode staart. Toch hebben ze al donkere vlekken op hun buik, die naarmate ze ouder worden steeds groter en intenser zwart worden.

 

 

tn_buik hammALS HET BEESTJE MAAR EEN NAAM HEEFT?

De juiste wetenschappelijke naam is al jaren een onderwerp van discussie. Is het een Boa constrictor constrictormelanogaster”of een Boa constrictor melanogaster? J. K. Langhammer heeft in een publicatie in 1983 dit dier Boa constrictor melanogaster genoemd. A new Subspecies of Boa constrictor from Ecuador, Tropical Fish Hobbyist, volume 32/4, dec. 1983, page. 70-76. Aansluitend hierop is er een enorme discussie los gebarsten tussen wetenschappers, herpetologen en hobbyisten. Ook Vincent Russo heeft zich in deze discussie gemengd en er het een en ander over gepubliceerd. Momenteel wordt dit dier nog steeds als een boa constrictor constrictor gezien, maar de discussie loopt nog. Ik meng mij als liefhebber niet in deze discussie en zie wel wat de heren wetenschappers besluiten. Oké, ik heb misschien ook enigszins partij gekozen door bovengenoemde titel te hanteren voor deze site. Deze boa is in ieder geval een zeldzame en prachtige natuurlijke kleurvariant uit de Boa constrictor groep. Hoe ze gaan heten zal me eigenlijk worst zijn, is misschien niet professioneel, maar ik ben in de eerste plaats gewoon een liefhebber die van zijn dieren wil genieten. Kortom gewoon een terrarioot. In het Latijns betekent melano zwart en gaster buik. U kunt zien waarom deze naamstelling is gekozen.

 

INDELING

Hieronder een indeling, zoals deze vaak wordt gebruikt en ongetwijfeld in de toekomst zal veranderen. Boa's worden in drie groepen verdeeld, namelijk de Constrictor en Imperator groep en de eilandvormen. Ook over deze laatste groep bestaat ook nog steeds discussie. Hier is wat voor te zeggen, daar deze soorten gedurende de evolutie op hun eilanden zich net iets anders hebben ontwikkelt. Wat hierbij opvalt zijn externe kenmerken zoals de kleur en lengtes.

 

De meest gebruikte indeling is;

Constrictorgroep

Imperatorgroep

Eilandvormen

constrictor amarali    

constrictor imperator

constrictor nebulosa

constrictor constrictor

constrictor longicauda

constrictor orophias

constrictor melanogaster 

constrictor ortonii

 

constrictor occidentalis

constrictor sabogae

 

 

constrictor sigma

 

 

Voor determinatie aan de hand van beschubbing en zadelvlekken verwijs ik u naar het schema, zoals vermeld in het boek Boa constrictor van Hubert Bosch 1994, ISBN nummer 3-9801853-5-4. Overigens een goed boekje met allerlei nuttige informatie voor een redelijke prijs.

 

MIJN DIEREN

In 2000 heb ik 1 man en 4 vrouwen kunnen kopen. Later is er nog 1 vrouw bijgekomen. De dieren zijn afkomstig uit Ecuador ten oosten van de Andes bij de stad Lago Agrio / Nueva Loja en de laatste vrouw uit Puyo. Zes is een mooi aantal voor een kweek groepje maar in deze eigenlijk ongunstig verdeeld. Je bent namelijk zeer kwetsbaar met 1 man, want wat als hij ziek wordt of erger nog dood gaat? Dus heb ik stad en land afgezocht naar een tweede man, maar helaas. Ook heb ik diverse beurzen in het buitenland bezocht maar geen melanogaster kunnen vinden. Vervolgens ben ik via internet binnen Europa gaan zoeken, helaas geen resultaat. Wel is er hier en daar wat aan informatie te vinden over deze dieren, maar geen aanbod. Mijn dieren hebben inmiddels een respectabele lengte van ruim twee en een halve meter bereikt. En ze groeien nog steeds, naarmate ze ouder worden wordt de tekening steeds mooier en donkerder. Over het algemeen zijn ze vrij rustig en goed hanteerbaar, maar soms hebben ze hun dag niet en vallen ze naar me uit als ik langs de bak loop. Als ze zo een bui hebben laat ik ze met rust en blijf ik uit eigen belang gewoon uit het terrarium. Het zijn soms net mensen.

 

tn_IMG_4612   tn_BCM TXT   tn_IMG_4243

 

 

HUISVESTING

Als jonge dieren zaten ze in een volglazen terrarium van 70 bij 70 bij 100 cm hoog. Dit terrarium was rijkelijk van takken voorzien, zodat ze naar hartenlust konden klimmen. Langzaam maar zeker zijn ze uit dit terrarium gegroeid en heb ik ze ondergebracht in een, eveneens volglazen, terrarium van 60 bij 40 bij 200 cm. In deze periode waren ze al wat zwaarder geworden en werd er minder gebruik gemaakt van de takken. Momenteel zitten ze per 2 in een terrarium van 60 bij 80 bij 244 cm van donkergroen betonplex. Deze bakken zijn op elkaar gestapeld, met in de bodem van de bovenste 2 bakken een afsluitbaar luik, zodat in de paartijd deze bakken desgewenst tot 1 geheel gemaakt kunnen worden. Over de volle lengte van deze bakken zitten 2 schuifruiten van 6 mm dik. 30 cm boven de bodem zit over de volle lengte een ligplank van ongeveer 30 breed, hierdoor wordt de bodem oppervlakte met 1/3 vergroot. Een eenvoudige maar makkelijke manier om je bak te vergrootten. Op de bodem ligt strooiturf, dit is goedkoop, eenvoudig in gebruik en in elk tuincentrum te koop. In gebruik balen van 150 liter, welke rond de 10 euro kosten. De ventilatie bevindt zich aan de onder en bovenkant van de voorzijde en bestaat uit gegalvaniseerde en geperforeerde strippen over de volle lengte van de bak. De luchtvochtigheid kan geregeld worden met een ultrasone luchtbevochtiger via een schakelklok. Dit gebeurt overigens alleen als paringsstimulans, de rest van het jaar zitten ze redelijk droog. Natuurlijk kun je ook de turf nat sproeien, waarna het vocht langzaam verdampt. Turf heeft nog een voordeel boven andere materialen, namelijk; het is licht zuur van zichzelf waardoor er zich minder bacteriën kunnen ontwikkelen in de bodem. Ook vocht van ontlasting blijft netjes op zijn plaats en is hierdoor eenvoudig weg te scheppen. Verwarming van de bak geschied op 3 manieren. Allereerst wordt de kamer met de centrale verwarming opgestookt tot 24 graden. 3 reflector lampen van elke 25 watt, die via een dimmer zijn te regelen, zorgen voor licht en stralingswarmte. Deze lampen zitten in dikwandige pvc-buis, zodat de slangen zich niet kunnen verbranden. Tevens bevind zich op de turf nog een grote groene verwarmingsmat van Acculux, zodat de dieren die plaats kunnen opzoeken die zij het prettigst vinden. Als je een verwarmingsmat gebruikt stop hem niet onder de turf, de warmte kan dan niet weg en brandt hij door met kortsluiting en alle ellende van dien. Uiteraard hangt er in het terrarium een gecombineerde thermometer-hygrometer met geheugen, zodat de temperatuur en luchtvochtigheid in een oogopslag gecontroleerd kunnen worden en zonodig aangepast. Wordt het nu echt te heet als gevolg van een hittegolf, dan gaat alle verwarming uit en kan er zonodig een mobiele airco worden aangezet.

 

VOEDING

Zoals bekend zijn boa’s over het algemeen geen lastige terrariumdieren en zeker geen lastige eters. Als gevolg hiervan lopen we wel het risico, dat we onze dieren te veel voeren. Ja maar, ze eten zo lekker! Natuurlijk het is mooi om te zien hoe ze eten, maar voer ze niet te veel. Dikke dieren krijgen ook gezondheidsproblemen en je loopt zelfs het risico dat ze zich niet voortplanten. Mijn dieren krijgen 2 tot 3 ratten, of 1 konijn van ongeveer 2 kilo per keer. De tijd tussen 2 voer beurten is verschillend, dit kan variëren van 1 tot 2,5 maanden. Dieren die ziek, mager of net bevallen zijn krijgen uiteraard wat noodzakelijk is. Ik voer zowel levend als dood. Als ik levend voer blijf ik erbij, zodat ik indien nodig kan ingrijpen. Dieren die niet worden gegeten verwijder ik na ongeveer een half uur. Laat nooit levende ratten ’s nachts in het terrarium, want ze kunnen lelijke wonden veroorzaken. ‘s Nachts gaan ratten namelijk op zoek naar voedsel. Denk nu niet; “die slang kan die rat makkelijk aan dus hij verdedigt zich wel”. Een rat blijft terug komen en iedere keer een hap uit je slang bijten. Geloof me, ik heb in het verleden verschrikkelijk wonden gezien bij een boa, die werd binnen gebracht bij een dierenarts. Ik was in staat die vent voor zijn kop te rammen. Dus denk na bij wat je doet. Natuurlijk ook ik heb fouten gemaakt, maar er is verschil tussen fouten en blunders.  Het is misschien nog beter de ratten of konijnen eerst zelf te doden en daarna direct aan je slangen te voeren, dan loop je ook geen risico. Dood voeren uit de vriezer kan natuurlijk ook. Voor het voeren worden de boa’s eerst gescheiden van elkaar. Ik plaats ze dan in een grote kunststof bak met afsluitbaar deksel, voorzien van veel ventilatiegaten. Pas daarna ga ik het voer halen. Ze hebben genoeg aan een paar moleculen in de lucht om hun eten te ruiken en zijn dan niet goed meer te hanteren, ze bijten dan naar alles wat beweegt. Natuurlijk er zijn ook boa’s die geen enkel probleem geven bij het voeren, maar die van mij niet. Uiteraard staat er altijd een grote waterschaal in de terraria, zodat ze na het eten kunnen drinken. Deze wordt regelmatig schoongemaakt, ter voorkoming van bacteriën en andere ziekteverwekkers.

 

VOORTPLANTING

Eind november begin ik met het veranderen van het “klimaat” in de bakken. De verwarming wordt langzaam minder in de bakken. Er hangen drie reflector lampen in de bak waarvan ik er eerst een uit doe, een paar weken later gevolgd door de tweede lamp. Er blijft er één branden, voor een beetje verwarming en licht. De verwarmingsmat blijft gedurende deze periode gewoon aan, maar op het eind als deze uit gaat doe ik de tweede lamp weer aan. Anders wordt de lucht temperatuur te koud in de bak. De centrale verwarming blijft wel voor een basis warmte zorgen in de kamer. De luchtvochtigheid wordt geleidelijk verhoogt. Dit gebeurt hoofdzakelijk met een ultrasone luchtbevochtiger, die via een schakelklok 3 tot 4 maal per dag een half uur aangaat. De bak staat dan volledig vol met mist, die overal op neerslaat. Ook op de slangen. Soms wordt de hele bak drijfnat gesproeid. Al die tijd houd ik de man gescheiden van de vrouwen. In 2006 heb ik voor de eerste keer een kweek poging ondernomen. De dieren waren volgens mij geslachtsrijp. Aan het eind van de koele periode heb ik de man bij 2 vrouwen gezet en 1 week later bij 2 andere vrouwen. Ik heb geen paring kunnen waarnemen. Ook heb ik niets aan de vrouwen kunnen merken of zien. Ik ben er dus vanuit gegaan dat er niets gebeurt is, maar in augustus 2006 heeft een van de vrouwen 21 onbevruchte eieren in de bak gelegd. Shit, is de man dan niet goed/geslachtrijp of is hij niet op het juiste moment bij de vrouwen gezet? Of moeten de vrouwen bij de man worden gezet? Zeg het maar! Ik ben er van uit gegaan dat het aan mij lag en ik de man niet op het juiste moment bij de vrouwen heb gezet. Ik leer snel, dus daar trap ik geen tweede keer meer in. De man mag voortaan zelf kiezen uit de 5 dames. Wel heb ik enkele maanden voor de paringstijd een geslachtsrijpe “onbekende” boa man voor een luttel bedrag op de kop getikt. Niet om mee te paren maar om mijn man de kop gek te maken. Maar hoe voorkom je dat deze man met mijn raszuivere dieren paart? Simpel, een houten kist met een deksel met opening en daarop een dubbele laag geplastificeerd kanariegaas werd het nieuwe onderkomen voor deze man. Zo kon ik hem in het terrarium zetten bij de dames, zonder dat hij met mijn vrouwen kon paren. Zo krijg je de lucht van de andere man in de bak bij de dames. Ook heb ik een tijd geleden een eerdere vervelling van hem ingevroren en in de bak gegooid op het moment dat ik mijn eigen man bij de dames heb gezet. Zijn lucht was dus sterk aanwezig in de bak, zonder dat hij zelf bij de dames kon. Dit heeft uiteindelijk als resultaat gehad, dat mijn man zich niet onbetuigd liet en een van de dames veelvuldig het hof heeft gemaakt. Deze vrouw is langzaam dikker geworden en bleef gelukkig gewoon door eten. Wel heb ik de grootte van de ratten aangepast, daar ze wel heel erg dik werd. Je kon het wit van de huid tussen haar schubben zien zitten en ze begon steeds meer op haar zij te liggen.

 

 

tn_140207 003NAKWEEK

 

Op 4 augustus 2007 heeft dit alles uiteindelijk geresulteerd in een aantal jonge melanogasters. Gelukkig hebben we nog net de laatste jongen geboren zien worden. Een prachtig gezicht en een onvergetelijke ervaring. Zoals u kunt zien hebben de jongen nog niet de donkere kleur van de ouders. Naarmate ze ouder worden neemt de kleur intensiteit toe en worden ze veel donkerder. In het begin worden de jonge dieren vaak voor Peruaanse, Colombiaanse of Surinaamse “roodstaarten” aangezien. Deze laatste zijn echter op basis van hun rozige kleur duidelijk te onderscheiden van melanogasters. Met de andere twee is het moeilijker, maar als je de ouders ziet is er geen twijfel mogelijk.

 

Het krijgen van nakweek ervaar ik als een beloning voor het op een goede wijze verzorgen van de volwassen dieren. Wat is er mooier dan een bak vol met van die kleine slangetjes die overal en nergens in de bak hangen, liggen of weg kruipen? Vaak begint dan de grootste uitdaging, het aan het eten krijgen van dat kleine grut. Natuurlijk de ene soort slang is makkelijker dan de andere. Jonge constrictors zijn over het algemeen makkelijk. Meestal bied ik pas voer aan na de eerste vervelling, maar als ze erg attent reageren wil ik soms nog voor de vervelling eten aanbieden. Vaak zitten er dan een paar tussen die dan al beginnen met eten. Diegene die niet eten krijgen na de vervelling wederom eten aangeboden. Na 2 of 3 keer eten ze de oren van je kop. Voor die enkeling die na 3 keer proberen dan nog niet eet moet meer tijd worden uitgetrokken. Het aanbieden van levend ander voer, bijvoorbeeld: ratje, hamster of veeltepelmuis is meestal voldoende om ze alsnog aan het eten te krijgen. Laat geen levend voer onbewaakt achter bij de jongen, want dit veroorzaakt stress en mogelijk bijtwonden bij je nakweek. Mocht het dan nog niet lukken, dan is het op en lang pincet aanbieden van een net gedood ratje, met een kleine snede in de neus of in het kopje, vaak de methode om ze alsnog aan het eten te krijgen. Mocht het diertje dan nog niet eten en sterk vermageren, dan is ontlasting onderzoek aan te raden. In het uiterste geval ga ik over tot dwangvoeren. Hou er rekening mee dat in de natuur vaak maar enkele dieren overleven en wij graag 100% willen behouden. Uitval is heel normaal. Het opfokken van de jongen is geen probleem als je voor de jongen dezelfde verzorging toepast als voor de volwassen dieren. Als je jongen dieren wilt kopen vraag dan aan de kweker of hij ze wilt voeren waar je bij bent, dan weet je zeker of ze goed eten.

 

Hebt u op- of aanmerkingen dan horen we die graag van u.

Bent u geïnteresseerd in jonge melanogasters, stuur me dan geheel vrijblijvend een mailtje voor meer informatie.

Foto verzamelaars zullen het moeten doen met deze site, want er worden geen andere foto’s beschikbaar gesteld.

 

INLEIDING

INDELING

ANNULATUS

CANINUS

HORTULANUS

MELANOGASTER

MEDICIJNEN

LINKS

LITERATUUR

TE KOOP

HOME

INTERNETPAGE